Cali

Cali is de tweede stad van Colombia gemeten naar haar inwonertal (ongeveer 2.3 miljoen en nog eens 2.1 miljoen in de voorsteden). Het is de hoofdstad van het departement Valle de Cauca, één van de welvarendste regio's in Colombia. Er zijn talrijke grote suikerfabrieken en vele andere industriële bedrijven, zoals producenten van banden, tabaksproducten, textiel, papier, chemische producten en bouwmaterialen. In de stad worden ook  koffie, katoen, suikerriet en sojabonen verhandeld. Cali is bekend in Colombia en de rest van Latijns Amerika om haar Salsa muziek  ('en haar mooie vrouwen' voegen de meeste toeristengidsen daar nog aan toe). De stad heeft niet veel toeristische attracties: interessant zijn wel het Museo del Arte Moderno La Tertulia en de dierentuin 'Zoólogica de Cali'.

Cali - officieel Santiago de Cali - is in 1536 gesticht door de Spaanse conquistador Sebastián de Benalcázar. De naam Cali is afkomstig uit het Quechua, de taal van de Inca's. In 1811 riep Cali haar onafhankelijkheid van Spanje uit, tezamen met vijf andere steden in de Caucavallei. In de jaren '80 was de stad in het nieuws omdat er zich een beruchte cocaïnebende had gevestigd, het zogenaamde Cali-kartel.

Het is er meestal warm, gemiddeld 26.8 °C, en soms uitgesproken heet. De luchtvochtigheid is hoog en er is - vooral 's nachts - een verkoelende wind door de aanwezigheid van bergen die de stad omringen. De stad ligt op zo'n 1000 meter hoogte, waardoor er geen malaria voorkomt. Er zijn nauwelijks variaties in seizoenen, omdat Cali dichtbij de evenaar ligt. De meeste adoptiefamilies verblijven in hotel Stein.


In de directe omgeving van Cali leeft een aantal inheemse volken, die voor een groot deel zijn opgegaan in de gemengde mestizo bevolking die het grootste deel van het Colombiaanse volk uitmaakt. Het gaat om de Páez en de Guambiano ten zuiden van Cali en de Pijao ten noordwesten van Cali. De Páez van het gebied Tierradentro (Cauca) zijn de meest actieve en talrijke groep in de Andes. Met de Guambiano's richtten zij in 1971 de eerste inheemse organisatie van Colombia op, de CIRC. Op de bergtoppen zijn nog de graftombes van hun voorouders te zien. In Cali vormt de Mestizo bevolking een belangrijk aandeel, maar ook veel nazaten van Afrikaanse slaven die te werk waren gesteld op de suikerrietplantages zijn naar Cali getrokken.